Geld lenen van en aan je vennootschap is een vaak toegepaste procedure. Maar waar moet je precies rekening mee houden?

Geld lenen van je vennootschap

Dat kan op verschillende manieren:

  • via de rekening-courant

Dit is de eenvoudigste methode. Je moet geen enkele verantwoording afleggen, maar betaalt privé wel een stevige intrest: 6,48% (aanslagvoet geldig voor 2022). Op die ontvangen intresten betaalt je vennootschap wel vennootschapsbelasting.

  • via een gewone lening met een vaste looptijd

De vennootschap is dan de kredietgever en jij de kredietnemer. De intrestvoet wordt als volgt berekend:

(P x 24 x n) / (n + 1) = rentevoet

P = het maandelijkse lastenpercentage. Dat bedraagt 0,11%, tenzij het gaat om een lening voor een wagen. In dat geval is het 0,05% (rentevoet van toepassing op 1 september 2022).

n = het aantal maanden dat de lening loopt.

Deze kredietvorm is dan ook een stuk voordeliger dan de rekening-courant.

  • via een hypotheeklening

Je geeft dan een onroerend goed in pand en moet ook bij de notaris passeren. Je kiest voor een vaste of een variabele rentevoet. De vaste bedraagt 1,29%, tenzij de lening gewaarborgd wordt door een levensverzekering. Dan is het 1,34%. De variabele rentevoet dient marktconform te zijn. Het is duidelijk dat dit niet de eenvoudigste of soepelste manier is om geld te lenen van je vennootschap. De vermelde tarieven zijn van toepassing op 1 september 2022.

Geld lenen aan je vennootschap

Dit kan ook via de rekening-courant, waarbij je vennootschap je een intrestvoet van 4,07% moet betalen. De vennootschap kan die intrest aftrekken, jij betaalt op die intrest 30% roerende voorheffing.  (Rentevoet geldig voor aanslagjaar 2022)

Ben je op zoek naar interessante opties om geld van je vennootschap fiscaal voordelig naar je privézijde over te hevelen? Kom dan zeker eens praten met onze specialisten!

Afspraak maken